Connect
To Top

Mama Barbara: Onbekenden die het gezichtje van mijn baby aanraken. Ik blijf er verbaasd over…

Regelmatig maak ik het mee: onbekenden die het nodig vinden om het tere babyhuidje van mijn kleine vriend aan te raken. Op straat, in de winkel of ieder ander publiek terrein, waar het ook gebeurd, ik blijf er verbaasd over.

De baby ziet voor het eerst-3

Zo liep ik eens door de stad. Vanaf de supermarkt naar een telefoonwinkel waar mijn vriend bezig was een nieuw abonnement af te sluiten. Bij gebrek aan kinderwagen en draagzak op dat moment, was de enige optie om zoonlief op de arm te houden. Nieuwsgierig keek hij de wereld rond, over mijn schouder, naar een man met een baard die mij voorbij zou lopen. Een glimlach van oor tot oor tekent op het gezicht van dat kleintje, een glimlach naar die langslopende meneer met baard. Kennelijk nodigt deze lach uit om een aai over het bolletje te geven. Ik was verbaasd, dat doe je toch niet?

“Een aai over het poppige bolle wangetje is niet hetzelfde als het verkopen van een wormenkuur voor onze kittens.”

 

Nog geen kilometer verder kom ik in een dierenwinkel, waar een vriendelijke medewerker van achter de kassa mij komt helpen, met.. mijn zoon aanraken? Een aai over het poppige bolle wangetje is niet hetzelfde als het verkopen van een wormenkuur voor onze kittens.

Even daarna kom ik in de telefoonwinkel, waar ik verbaasd mijn ervaringen deel van de afgelopen tien minuten met mijn vriend en de medewerker die hem helpt. De medewerker vertelt dat zulke situaties ook bij hem in de winkel voorkomen, dat ouders het kind in zijn armen duwen als ze willen voelen hoe zwaar een telefoon is..

mama-barbara-regelmatig-maak-ik-het-mee-onbekenden-die-het-nodig-vinden-om-het-tere-babyhuidje-van-mijn-kindje-aan-te-raken-2

Dagen gaan voorbij dat ik mijn zoon niet in de gelegenheid breng aangeraakt te worden door onbekenden. Tot we naar de stad gaan om kleding te shoppen. Terwijl ik bij de kassa in de rij sta te wachten begint het gemopper vanuit de buggy. Een wat ouder uitziende mevrouw werpt een blik in de buggy. Met een uitgestoken vinger, met een lange scherpe vieze nagel komt ze dichterbij het wangetje, want kennelijk was zijn lach een uitnodiging. Voor deze mevrouw haar vinger over het gezichtje kan laten gaan trek ik de buggy naar achteren, ervan overtuigd dat deze hint duidelijk genoeg zou zijn. Niets is minder waar, en dus kantel ik de buggy achterover zodat wij elkaar aan kunnen kijken. De mevrouw trekt haar hand gelukkig weg, en loopt bij ons vandaan.

“Hoe trots en gelukkig mij die lach ook maakt, ik kan er met mijn hoofd niet bij dat onbekende mensen mijn zoontje aanraken.”

 

Hoe trots en gelukkig mij die lach ook maakt, ik kan er met mijn hoofd niet bij dat onbekende mensen hem aanraken. Mensen waar je als volwassene geen woord mee hebt gesproken. Ik heb het geluk dat hij niet eenkennig is, dat de wereld zijn mooie lach mag aanschouwen. Hoewel ik het ook niet erg vind als hij niet iedereen zou uitnodigen te praten. Het is zo’n raar idee dat mensen het normaal vinden een baby aan te raken, in MIJN of ZIJN persoonlijke ruimte te komen. Als ik naar een onbekende op straat lach, zou het toch ook raar zijn als ik daarom aangeraakt wordt?

Ik denk dat hij vanaf nu een bordje om krijgt, dat aanraken geld kost. Of, dat ik ga bijten als iemand aan hem komt. Een vreemde hond raak je immers ook niet zomaar aan.

2 Reacties

Meer Gastblogs